Overpeinzingen

Zingeving en spiritualiteit in de samenleving

In november werd op verschillende momenten en op verschillende manieren stilgestaan bij onze dierbaren die zijn overleden. In de katholieke traditie staat 2 november (Allerzielen) centraal, in de Protestantse traditie werden de gestorvenen herdacht op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Dat is de laatste zondag voor Advent, en viel dit jaar op 21 november.

Maar niet alleen in kerken wordt in deze donkere dagen stilgestaan bij hen die zijn overleden. Ook op begraafplaatsen, in uitvaartcentra, ziekenhuizen, verpleeghuizen en concertzalen wordt steeds vaker gelegenheid gegeven om een kaarsje aan te steken, worden de namen van de gestorvenen genoemd of gezongen, zijn er soms  meerdere rituelen die troosten en verbinden, of er wordt een Allerzielenconcert georganiseerd.

Er is blijkbaar een grote behoefte om het verlies van dierbaren te gedenken en dat samen op een bepaalde manier (ritueel) vorm te geven. Maar ook op andere momenten in het jaar ontstaan in de samenleving soms spontaan rituelen waarbij gezamenlijk iets wordt uitgedrukt van een bepaald gevoel van verdriet, onmacht of verontwaardiging. Zo ontstond bijvoorbeeld een enorme bloemenzee op de plek waar Peter R de Vries werd neergeschoten of gingen voetbalsupporters in het stadion massaal bidden op het moment dat de Deense voetballer Erikson werd getroffen door een hartstilstand. Er wordt op allerlei manieren gezocht naar manieren om het leven te duiden en te hanteren, en daarbij vormen veel oeroude rituelen zoals het aansteken van een kaarsje, bidden, samen zingen of samen stil zijn belangrijke elementen.

Een paar maand geleden stond in Dagblad Trouw een mooi interview met priester André Zegveld over dit thema. Hij zei onder andere. ‘Mensen die het geloof in een God hebben verloren, zullen zeggen dat ze niet meer bidden. Maar op momenten dat er hard wordt gebonsd op de deuren van hun bestaan, grijpen ze wel naar een ritueel uit de religieuze voorraadkast, zoals het aansteken van een kaarsje. Wat ze niet hebben verloren, getuige het kaarsje branden, is het besef dat het leven een mysterie is, Een mysterie van leven en dood, en van verbondenheid.’

De tijd en samenleving waarin we leven wordt wel post-seculier genoemd. De oude structuren verdwijnen.  Zo hebben de traditionele kerken, zoals de Rooms Katholieke en Protestantse kerken de afgelopen decennia het ledenaantal in rap tempo zien kelderen. Maar dat betekent niet dat religie, zingeving en spiritualiteit uit de samenleving zijn verdwenen. Integendeel! Er wordt in onze individualistische samenleving vooral gezocht naar nieuwe vormen nu we steeds minder leunen op bestaande structuren en steeds meer onze eigen wegen moeten zoeken. De grote verhalen hebben plaatsgemaakt voor de kleine individuele levensverhalen. En dat geldt in feite voor iedereen, of je nu wel of niet bij een kerkelijke gemeenschap betrokken bent.

Toen ik zo’n 15 jaar geleden begon als werker in de kerk en mij werd gevraagd jongeren catechese te geven gooide ik het over een andere boeg (en met mij waarschijnlijk veel werkers in de kerk). Ik vertelde de jongeren niet wat zij volgens de kerk zouden moeten weten maar stelde hen juist vragen. Dit leverde prachtige, intensieve en inspirerende gesprekken op over het leven en welke rol religie daar in speelde of juist niet. Zowel binnen als buiten de kerk zoeken we naar manieren om het leven te duiden en te hanteren.

We leven in een wereld die gigantisch in beweging is. De afgelopen anderhalf jaar hebben aangetoond dat niets meer vanzelfsprekend is, dat de wereld er morgen totaal anders uit kan zien dan we gisteren dachten. Dit geldt op allerlei gebied, of het nu gaat om klimaat, corona of de manier waarop we met elkaar omgaan, iedereen wandelt door deze wereld in deze hectische tijd en heeft zich te verhouden tot zichzelf, de mensen om zich heen, de wereld en dat wat ons overstijgt, of je dat nu God noemt, Eeuwige, mysterie of anders. Op deze wandeling door het leven zoeken we houvast op manieren die niet meer voorgeschreven zijn maar waar we niet zonder kunnen.

Hoe mooi zou het zijn als we in deze zoektocht deuren open zouden kunnen zetten, kerkdeuren bijvoorbeeld. Waardoor er een beweging ontstaat van binnen naar buiten en een beweging van buiten naar binnen. Niet langer denken in termen van binnenkerkelijk en buitenkerkelijk, maar uitgaan van dat wat ons als mensen met elkaar verbindt: een verlangen om het leven in deze onzekere tijden te duiden en te hanteren. En daarbij zou de religieuze voorraadkast nog wel eens een cruciale rol kunnen spelen, getuige het kaarsje branden, bidden, samen zingen of samen stil zijn op momenten dat er hard wordt gebonsd op de deuren van ons bestaan. Of je nu in de kerk zit of daar ver van bent verwijderd.