Overpeinzingen

Monnikenwerk

‘In één generatie hebben we de oude kerken leeg zien lopen, het is aan onze generatie om zorg te dragen voor de toekomst van dit onvervangbaar religieus erfgoed.’ Deze woorden, afkomstig van de toenmalige interim directeur van de Stichting alde Fryske Tsjerken, hebben me mede geïnspireerd om te werken aan een project met de naam Kerk in het Dorp.

Hij had zo gelijk. In één generatie is de wereld totaal van gedaante verwisseld, in allerlei opzichten en zeker ook wat betreft de oude kerken. Waar het in mijn kindertijd nog volstrekt vanzelfsprekend was om zondags naar de kerk te gaan, is het tegenwoordig volstrekt vanzelfsprekend om niet naar de kerk te gaan. Heel veel oude kerken hebben daardoor hun functie als huis van gebed verloren.

Sinds een jaar of zeven ben ik nu werkzaam in oa drie oude kerken in het noorden van Groningen. De kerken in de drie dorpen maakten destijds deel uit van een protestantse gemeente die bij toerbeurt een kerkdienst hield in een van de kerken. De gemeente werd echter te klein en zocht een fusiepartner. De fusie met een groot buurdorp was een goede zaak maar betekende ook dat veel kerkenwerk verdween uit de kleine dorpen. Zo werd er niet meer wekelijks een dienst gehouden, maar eens per maand in één van de drie kerken.

Het project Kerk in het Dorp werd in het leven geroepen om de drie oude kerken, naast de paar kerkdiensten, op andere wijzen open en levend te houden. Zo ontstonden er allerlei activiteiten, zoals concerten. Dat is natuurlijk niet heel bijzonder. Dat gebeurt op heel veel plekken, kerken blijken prachtige podia te zijn voor culturele activiteiten. Wat wel bijzonder was aan dit project was dat er in de loop van de tijd een wisselwerking ontstond tussen de religieuze functie van het gebouw en de meer culturele activiteiten die in de kerken hun weg vonden.

Eén van de voorbeelden van deze wisselwerking is ‘Monnikenwerk’ dat ontstaan is in de drie kerken van Kerk n het Dorp, en dit jaar haar vierde editie beleeft, ook in enkele Friese kerken. Het begon een jaar of vijf geleden. We waren bezig de kerken open te stellen voor zowel kerkelijke als niet-kerkelijke activiteiten. Op een bepaald moment kwam een vraag voorbij van Anjet van Linge: ‘Mijn man en ik zijn kunstenaars en we wonen sinds kort in Den Andel. We hoorden over Kerk in het Dorp en vroegen ons af of we enkele dagen in de kerken zouden mogen werken. We zijn benieuwd wat zo’n ruimte met ons doet. Aan het eind van de dag willen we dan wel gastheer/vrouw zijn.’

Anjet, haar man Marc en ik zijn een kop koffie gaan drinken en binnen korte tijd ontstond het idee om in de zomermaanden gedurende zes woensdagen de kerken beschikbaar te stellen aan kunstenaars die daar in de stilte zouden gaan werken. Het project kreeg de mooie naam ‘Monnikenwerk’. In het eerste jaar waren het vier kerken die middels een fietsrondje op een avond prima te bezoeken waren. De volgende jaren kwam er nog een rondje van vijf kerken bij, en dit jaar is er ook een rondje in Noord Oost Friesland (Oostrum, Jouswier, Aalsum en de Bonifatiuskapel in Dokkum).

In het eerste jaar zette Anjet een grote steen in één van de kerken waarop de woorden Kyrie eleison stonden geschreven. Gedurende de zes woensdagen hakte ze de letters één voor één uit. Kyrie één keer, Eleison 14 keer. ’s Avonds kwamen er veel bezoekers, zij werden geraakt door de steen met de woorden, maar ook door de ruimte van de kerk. Velen kwamen eigenlijk nooit in de kerk, maar nu dus wel en er kwamen prachtige gesprekken op gang over die woorden, over kerk en geloof die al lang en breed waren verlaten, maar die woorden hadden wel degelijk betekenis.

In de enkele diensten die nog in de oude kerken worden gehouden maakt de in wording zijnde kunst altijd deel uit van de overdenking of er wordt symbolisch ruimte gegeven aan het monnikenwerk. Zo werd dit jaar in de dienst vlak voor de start van het project een kaars aangestoken bij wijze van startmoment. Ik sprak hierbij de volgende woorden uit:

‘Monnikenwerk, leven uit één stuk.

Geconcentreerd, eenvoudig, ongekunsteld.

Laten gebeuren wat gebeurt.

Ruimte voor verlangen, verbinding met de tijd, de ruimte

en dat wat tijd en ruimte overstijgt.

Steeds opnieuw beginnen.

Kwetsbaar en vrijmoedig.

 

Door het aansteken van een kaars aan de paaskaars

symboliseren we de verbondenheid;

verbondenheid van wie ons zijn voorgegaan

met ons zoals we hier zijn en met wie na ons zullen komen.

Ieder op eigen wijze vorm vormgevend aan dat waar ons verlangen naar uit gaat

en wat ons wijst op dat visioen van goedheid, trouw, recht en vrede.’

 

Wat mij zo enthousiast maakt over het project Kerk in het dorp, waar oa Monnikenwerk uit voortgekomen is, is dat we niet langer de vraag stellen ‘Hoe kunnen we als religieuze gemeenschap overeind blijven in de dorpen’ maar dat een andere vraag aan de orde komt, namelijk: ‘Hoe kunnen onze gebouwen en onze tradities bijdragen aan het welzijn van onze samenleving, waarbij niet de kaders van de kerk bepalend zijn, maar de mens die leeft in deze tijd. De mens die misschien al lang de kerk als instituut heeft verlaten maar nooit de behoefte aan zorg voor de ziel.’