Overpeinzingen

Groter denken, kleiner doen

Als pastor en geestelijk verzorger ben ik in de gelukkige omstandigheid dat ik veel mensen tref op heel verschillende plaatsen. Ik hoor veel verhalen en ben soms ontroerd door wat ik hoor en zie.

Op Pinksterzondag was ik te gast bij een doopsgezinde gemeente. Ik mocht daar voorgaan in de dienst. Het is een hele kleine maar zeer hechte gemeenschap die sinds kort weer bij elkaar komt op de zondagmorgen om samen een kerkdienst te houden en na afloop elkaar te ontmoeten bij een kop koffie. Tijdens het koffiedrinken vertelde iemand me over de vrouwengroep die zo’n zes keer per jaar bij elkaar komt en waarbij ieder bij toerbeurt een thema inleidt. ‘We zijn maar met een kleine groep, en wat we doen is niet groots, maar hoe we de dingen doen komt wel voort uit een grootse gedachte: gezien en gekend zijn.

In de week voor Pinksteren zat ik aan een keukentafel in een oude boerderij te praten met een paar mensen die bezig zijn met een bijzondere ontwikkeling in het dorp waar zij wonen. Het dorp ligt in een zogeheten ‘krimpregio’ waar allerlei voorzieningen verdwijnen omdat deze niet meer voldoen aan de schaalvergroting van de organisaties die verantwoordelijk zijn voor deze voorzieningen. Zo was het verzorgingshuis niet langer rendabel en zou worden gesloten. Dat was het moment geweest waarop een aantal dorpsinwoners de koppen bij elkaar stak en een start maakte met een dorpscoöperatie. Er werd nagedacht over een visie op het leven in het eigen dorp. Wat is van belang, wat hebben we in huis aan kennis en kunde, hoe kunnen we samen zorgen voor een leefbare samenleving. Ook hier vormden de woorden ‘gezien en gekend zijn’ een cruciale gedachte. Na de nodige opstartproblemen begint de coöperatie nu echt vorm te krijgen, waarin naast het verzorgingshuis ook de pas gerestaureerde hervormde kerk, de kloostertuin en de oude boerderij waarin we zaten deel uitmaken. Toen ik na het gesprek weer naar buiten liep zag ik in de speeltuin naast de kloostertuin heel veel kinderen spelen. Hoezo krimpregio?

Vlak voor Brexit en Corona bezocht ik eens een bijeenkomst in Engeland. Hier werd verteld over een kerk ergens op het platteland waar het aantal kerkgangers erg klein was geworden. Het was allemaal niets meer, zo was de mening. Tot iemand eens vroeg: ‘waar zijn jullie goed in?’ waarop iemand wat gekscherend antwoordde ‘tea and cake, thee zetten en cake bakken’. Waarop iemand anders reageerde: ‘tegenover de kerk is een consultatiebureau waar de moeders met hun baby’s altijd buiten moeten wachten op hun beurt. Zullen we kerkdeur openzetten, thee zetten en cake bakken en de moeders uitnodigen?’ Sindsdien is er wekelijks een inloopochtend voor jonge ouders, hun jonge kinderen en andere toevallige voorbijgangers. De kerk leeft weer en ook hier geldt het motto: gezien en gekend zijn. Zo simpel kan het zijn.

Het zijn enkele voorbeelden van anders denken en kleiner doen. Je niet mee laten slepen door groot, groter, grootst, maar de situatie van hier en nu onder ogen zien en daarnaar handelen. Met als kerngedachte: gezien en gekend zijn. Daarop aangesproken worden en daarnaar handelen. Het is zo eenvoudig, maar in onze samenleving vaak zo ver te zoeken. Mensen worden zo vaak niet meer gezien en soms zelfs vermalen in systemen waar niemand meer echt grip op lijkt te hebben. Denk maar aan de toeslagenaffaire of, hier dichter bij huis, de aardbevingsproblematiek als gevolg van de gaswinning.

Als pastor en geestelijk verzorger ben ik in de gelukkige omstandigheid om de tijd te kunnen nemen om te luisteren naar de verhalen van mensen. Over wat hen is overkomen in het leven, waar men dankbaar voor is, en waar soms groot verdriet is. En soms mag ik aanwezig zijn op heel cruciale momenten, soms vreugdevol, soms verdrietig. En wanneer iemand overlijdt probeer ik in een afscheidsdienst het leven te plaatsen in het licht van Christus, iets te verwoorden van wie de persoon was en diens leven toe te vertrouwen aan de Ene die allen ziet en kent, dieper dan we onszelf ooit kennen.

Gezien en gekend zijn begint bij aandacht hebben voor elkaar. Zonder verwachtingen of belangen, maar belangeloos er te kunnen zijn voor elkaar. Dat is het waar in het in de kerk op aankomt. En daarin vormt een kerkelijke gemeenschap, hoe klein soms ook, misschien wel een kleine oase in een wereld waarin mensen zo vaak worden opgevat als consumenten en producenten, als eenheden waaraan producten kunnen worden toegekend of algoritmen op los kunnen worden gelaten.

Elkaar zien, face to face, van aangezicht tot aangezicht. Dat maakt een mens tot medemens. Of om met Levinas te spreken: ‘in het gelaat van de ander zie je de Ander’. Het gaat in de kerk niet om grote projecten of events, wel gaat het in de kerk om gezien en gekend zijn. Niet om presteren en aantal leden, maar om tijd voor elkaar nemen en kwaliteit van leven. Waar je elkaar werkelijk ziet en waar je je gezien en gekend weet, daar blijft het leven stromen, ben je mens onder de mensen en word je soms even gedragen door dat wat dieper en hoger is dan we ons kunnen denken.