Overpeinzingen

Hij zei: ‘Wij beschouwen dit jaar maar als een sabbatical’. We zaten met een aantal predikanten en kerkelijk werkers bij elkaar in een zoom-meeting en wisselden wat ervaringen uit. Het was ergens in juni 2020, bijna een jaar geleden. De eerste lockdown maanden waren achter de rug en de corona-maatregelen werden net iets versoepeld. De meesten van ons probeerden allerlei zaken weer op te pakken in het kerkenwerk maar dat ging moeizaam en was vooral frustrerend. Diensten met maximaal 30 mensen, niet zingen, geen koffie drinken, afstand houden, het was allemaal net niks.

‘We beschouwen dit jaar maar als een sabbatical’ hadden ze besloten in de kerkenraad van die bewuste collega. ‘Als de Corona-maatregelen zoveel onmogelijk maken, dan kun je het misschien beter omdraaien: niet alles op alles zetten om er nog maar wat van te maken, maar juist de gelegenheid aangrijpen om even tot rust te komen. Dit betekent niet niets doen, maar alleen dat doen wat hoogstnoodzakelijk is en daarnaast accepteren dat het even niet anders is.’ Alleen al het woord ‘sabbatical’, het legde een koele deken van rust in de zoom-meeting.

Een sabbatical, een sabbatsjaar, het is één van de voorschriften die worden genoemd in de Torah. Zes jaar wordt het land bewerkt, maar in het zevende jaar, het sabbatsjaar, moet de grond met rust worden gelaten. Sommige mensen kunnen zich een sabbatical veroorloven, maar in de kerk is dit nooit echt wat geworden. In de kerk gaan we meestal jaar in jaar uit door en door met alles wat er moet worden gedaan. En dat is meestal vreselijk veel. Jammer eigenlijk dat we dat sabbatsjaar nooit hebben overgenomen in onze kerkelijke kalender. Maar in de kerkenraad van die collega hebben ze dit sabbatsjaar dus weer op de agenda gezet. En dat raakte me. Ik viel even stil.

Even stil vallen, even uit de maalstroom van de alledaagse beslommeringen stappen, dat is iets wat al in het scheppingsverhaal aan de orde komt. Na zes dagen scheppen volgt een zevende dag van rust, de sabbat. In de Christelijke traditie is die dag van rust een dag verschoven. Niet de zevende dag, maar de eerste dag van de week, de dag van opstanding, is in onze Christelijke traditie rustdag geworden. Zondag, de dag des Heren, is niet een dag waarop van alles niet mag (zoals het vroeger nogal eens werd uitgelegd) maar een dag waarop je even niets hoeft, even tot rust mag komen.

In onze huidige 24/7 maatschappij is die wekelijkse ritmiek van zes dagen werken en een dag rust natuurlijk ver te zoeken, niet meer van deze tijd. Maar toch ben ik er van overtuigd dat we als mensen niet zonder die ritmiek kunnen, dat leven in een doorgaande sleur zonder regelmatig even stil te vallen letterlijk heilloos is. We kunnen niet zonder en de Bijbelse traditie geeft veel mogelijkheden om deze ritmiek te ondersteunen en te benadrukken.

Naast het sabbatsjaar en de wekelijkse rustdag zijn er de jaarlijkse hoogtijdagen zoals Kerst, Pasen en Pinksteren die altijd samenvallen met bepaalde seizoenen. Kerst valt samen met de winterzonnewende, Pasen valt altijd rond het begin van het voorjaar en Pinksteren luidt de zomer in. In één van de kerken waar ik werkzaam ben, hebben we er nog een hoogtijdag aan toegevoegd, of beter gezegd weer uit de vergetelheid gehaald: Sint Jan op 24 juni. En omdat het zo weinig bekend is  vertel ik graag iets over dat feest en hoe we dat op het Groninger Hogeland vieren.

Zoals op 24 december de geboorte van Jezus wordt gevierd, zo wordt op 24 juni de geboorte van Johannes de Doper of Sint Jan gevierd. De viering van de geboortedag van Jezus valt samen met de winterzonnewende en die van Johannes de Doper met de zomerzonnewende.

Nu zegt Johannes (volgens het evangelie van Johannes) over Jezus: ‘Hij moet wassen, groter worden, en ik moet minder worden’. Deze uitspraak is prachtig te verbinden met de kracht van de zon die vanaf 24 december toeneemt (Jezus moet groeien) en vanaf 24 juni weer afneemt (Johannes moet minder worden).

In de kerk van Westernieland (vlak bij de Groninger Waddendijk) nodigen we ieder jaar op 24 juni mensen uit om ’s avonds naar de kerk te komen. Daar wordt dan bovenstaand verhaal over Jezus en Johannes verteld, maar ook wordt aandacht geschonken aan de seizoenswisseling en wat dat met ons mensen, levend op het platteland, doet. Na dit verhaal maken we een wandeling in de omgeving terwijl de zon onder gaat en vervolgens komen we dan rond 11 uur in het donker weer terug bij de kerk waar inmiddels een vuur brandt, lekkere kruidenhapjes klaar staan en mooie muziek klinkt. Op die manier wordt een bewuste verbinding gelegd tussen het verhaal van Johannes de Doper en Jezus, de seizoenswisseling, de grond waarop we leven  en ons eigen verweven zijn met al deze verhalen en elementen.

Vorig jaar kon dit feest, net als bijna alle activiteiten, niet doorgaan vanwege de Corona-maatregelen. Maar aangezien een sabbatical altijd een jaar duurt heb ik goede hoop dat we vanaf de zomerzonnewende in juni van dit jaar weer vol energie op weg kunnen gaan de komende zes kerkelijke jaren tegemoet. Ik stel voor dat we dan daarna weer een sabbatical instellen. Niet vanwege Corona, maar gewoon omdat het bijzonder heilzaam is om te leven volgens de ritmiek die de kosmos en de bijbel ons aanreiken.