Overpeinzingen

Overdenking bij de dienst van 1 februari 2015 in Huizinge

 Tekst: Johannes 8: 1-20

 Ieder begaf zich naar zijn huis, maar Jezus begaf zich naar de Olijfberg

Wie waren voorbeelden voor Jezus? Wie hebben hem geïnspireerd? Wie gaven hem onderricht? Hoe ontwikkelde Jezus zijn leer, zijn wijsheid?

De evangelisten besteden hier vrijwel geen aandacht aan, op een enkel zinnetje na. Lucas vertelt over zijn reis naar Jeruzalem wanneer hij 12 jaar is, waar hij in de tempel opvallende vragen stelt aan de leraren. Maar verder wordt er vrijwel niets geschreven over de wijze waarop Jezus zijn leer ontwikkelde. Jezus was waarschijnlijk  geen hooggeleerde man, Hij was anders wijs. Jezus schermde niet met grote theorieën. Maar sprak eenvoudige taal. Recht uit het hart. Dat er in de loop van de eeuwen zoveel en zo ingewikkeld over zijn leer geschreven is en gepreekt wordt, zou hem waarschijnlijk onbegrijpelijk voorkomen.

 Jezus had de nacht doorgebracht op de olijfberg. Dat deed hij vaker. Jezus trekt zich regelmatig terug.Om te bidden? Om stil te worden? Om God aan het woord te laten?  En is ’s morgens vroeg weer in de tempel. Hij zit op de grond en spreekt en de mensen hangen aan zijn lippen. Het is alsof zij een intense honger hebben naar iets, en hier eindelijk worden gevoed, een honger naar iets wat je niet kunt benoemen. Het is alsof ze in deze jonge man iets herkennen wat ze in zichzelf lang geleden kwijt zijn geraakt.

 

 Jezus zit in de tempel, zit midden tussen de mensen, midden in zijn eigen traditie. Dat is zijn wereld. De heilige schriften kent hij van buiten, en van binnen. Maar de manier waarop de schriften worden uitgelegd door schriftgeleerden en farizeeën, is niet zijn manier. De manier waarop Farizeeën en schriftgeleerden de wet handhaven Is niet zijn manier.Ergens heeft Jezus een andere weg gevonden die de teksten, die zo bekende heilige schrift, in een totaal ander daglicht plaatsten. Alsof die teksten een deur openen naar een werkelijkheid die er altijd al was, maar steeds weer wordt verduisterd. Door allerlei oorzaken.

 En een van de belangrijkste oorzaken is misschien nog wel dat de heilige schrift vaak wordt gezien als iets buiten jezelf, iets om een ander mee de les te lezen. Dat de teksten werden gebruikt om onderscheid te maken tussen de goeien en de slechten, de wereld te verdelen in goed en kwaad. In joden en niet-joden, moslims en niet moslims, gelovigen en ongelovigen, schuldigen en degenen die de ander beschuldigen.

 Kijk, hier is een vrouw die overspel heeft gepleegd. Mozes zegt, dat ze moet worden gestenigd. Wat zeg jij ervan Jezus?

Jezus zwijgt en bukt, zit op zijn hurken en schrijft in het zand, en brengt hiermee de schriftgeleerden en farizeeën wat in verlegenheid. Ze kijken op hem neer en weten zich geen houding. Staan wat ongemakkelijk op hun voetstuk.  Ze dagen Jezus opnieuw uit. ‘Wat zeg jij daar nou van? Moeten we deze vrouw stenigen, of wat?’ Jezus richt zich op en spreekt enkele woorden, die bekende woorden: ‘Wie zelf zonder zonde is, werpe de eerste steen’. En bukt zich opnieuw. Zwijgt en schrijft in het zand.

Etty Hillesum. Een jonge joodse vrouw, schreef in 1943, vlak voor haar deportatie naar Auschwitz, in haar dagboek:We hebben nog zoveel met ons zelf te doen dat we aan de haat tegenover onze zogenaamde vijanden nog niet eens toe zouden moeten komen.

En de hoge heren druipen af, een voor een, de oudsten eerst. Ze keren zich om, kijken in hun eigen hart. Hun voetstuk breekt in duizend stukjes.

 Jezus verplaatst het perspectief. Hij leert mensen de ogen naar binnen te richten, in plaats van naar buiten. Kijk eerst in je eigen hart, voor je naar een ander wijst. En daar raken we aan de leer van Boeddha. En aan andere wijzen overigens: Ken jezelf. Wijs niet naar een ander voor je bij jezelf te rade bent gegaan. En dat bij jezelf te rade gaan vergt tijd en oefening.

 Jezus bracht de nacht door op de Olijfberg, regelmatig. Waarschijnlijk om alleen te zijn. Zoals Siddharta Gautama een paar eeuwen eerder zich ook terugtrok.  Om te mediteren, lange tijd.  Siddharta Gautama deed grote ontdekkingen, kreeg inzicht in de werkelijkheid zoals die in werkelijkheid is. En sprak daar vervolgens over met zijn volgelingen. Siddharta Gautama besefte dat de werkelijkheid zoals we die ons gewaar zijn een erg vertekend beeld is van de oorspronkelijke werkelijkheid. We zien niet meer helder maar kijken als het ware door een dikke laag van sluiers. En die sluiers worden gevormd door alles wat het leven met zich meebrengt aan ideeën, ervaringen, emoties, gehechtheden, oordelen en vooroordelen. Al die sluiers Vertekenen ons beeld. En veroorzaken lijden.

Pas wanneer we ons bewust zijn van die sluiers kunnen we er iets mee doen. En je kunt die sluiers langzamerhand een beetje laten verdwijnen wanneer je regelmatig je in jezelf terugtrekt, en jezelf vanbinnen bekijkt. Deze Siddharta Gautama werd later door zijn volgelingen Boeddha (verlichte of ontwaakte) genoemd. Van hem wordt gezegd dat hij de werkelijkheid zag zonder sluiers.

 Etty Hillesum schreef elders in haar dagboek: Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden.

Siddharta Gautama zou je kunnen zien als een mens waarin geen puin of gruis meer te vinden is. Waarin geen onderscheid meer is, waar de mens samenvalt met de werkelijkheid. Wat Nirvana wordt genoemd.

Jezus is geen boeddhist, Jezus staat in zijn eigen traditie. Jezus zit in de tempel, Hij zit midden in het centrum van zijn traditie. Hij verandert geen jota of tittel van de heilige schrift, Hij spreekt dezelfde woorden als de farizeeën en schriftgeleerden, maar legt dezelfde woorden anders uit.

Etty Hillesum schrijft in haar dagboek: Ik stel me voor dat er mensen zijn die bidden met hun ogen naar de hemel geheven. Die zoeken God buiten zich. Er zijn er ook die het hoofd buigen en in de handen verbergen, ik denk dat die God binnen in zich zoeken.

 Jezus verlegt het perspectief van de buitenkant naar de binnenkant. Ga steeds weer bij jezelf te rade

Volg mij. Zegt Jezus. Volg mij naar de olijfberg. En waak daar met mij. Dan zul je een schat vinden waarvan je het bestaan niet wist, maar wel een vermoeden.  Dan zul je vinden wat je al zo lang kwijt was, maar wat er altijd is geweest. Dieper in jezelf dan je kan bedenken. Dan zul je langzaam maar zeker  de werkelijkheid doorzien. Je bewust worden van de illusies, de sluiers. Dan zul je zien dat God niet ver weg is, maar rakelings nabij.  Dieper dan je jezelf ooit kent.  Maar blijf niet op de berg zitten, keer elke dag terug naar het leven van alledag.

 De lezing van vandaag eindigt met de woorden: Deze woorden sprak Jezus bij de schatkamer, lerende in de tempel. Van de schatkamer wordt gezegd dat deze zich bevond in de voorhof der vrouwen. Een plek waar het geld werd verzameld. Maar Johannes kennende schrijft hij nooit een woord zonder betekenis. De schatkamer van de tempel verwijst mogelijk naar iets wat goed bewaard moet blijven, Iets van allergrootste waarde, wat niet te grabbel moet worden gegooid. Een schat aan wijsheid ligt besloten in de schrift. Het is aan ieder om die wijsheid te zoeken. En die zoektocht begint op de olijfberg, in de stilte van het gebed, in de stilte van je eigen hart. Dan zal het licht de duisternis verdrijven. Soms, even.

amen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teksten van Etty Hillesum zijn afkomstig uit haar dagboek wat uitgegeven is onder de titel: ‘Het verstoorde leven’