Overpeinzingen

Overdenking bij de dienst van 25 januari 2015 te Eenrum

Lezingen: Genesis 1 en Gen 2: 1-7 en Johannes 1: 1-5

 ‘De aarde die woest is en ledig.’ Zo noemde iemand van-de-week de wereld achter ‘diek’. Waar ze zo graag kwam, op de fiets, samen met haar man. Om uit te kijken, stil te staan, de luchten, de eindeloze vlakte,  de geuren waar leven en dood elkaar vinden. Waar het water vrij spel heeft, de aarde woest en ledig is. En Gods geest zweeft over de wateren. Ongrijpbaar, puur, echt, mooi!

Wie zich op die dijk omkeert, het wad de rug toekeert ziet vruchtbare grond. Orde en regelmaat, hanteerbare ruimte. Water netjes gescheiden van het land, bewoonbare aarde. Land waar wij wonen, werken, leren, spelen, waken en slapen. De dijk beschermt de mens.

Hoe anders was dat in de tijden dat die barrière nog niet goed was opgeworpen. De kerstvloed van 1717 is hier in de omgeving het meest bekende voorbeeld van. Hoe bewoonbaar land werd overspoeld door water en weer woest en ledig werd.

De dijk beschermt en geeft ons levensruimte. De dijk geeft ons de mogelijkheid om even terug te keren naar onze ‘roots’, het onherbergzame, het pure, het echte. Dat land trekt, inspireert, raakt. Misschien raakt het wel aan een wezenlijk deel van ons eigen zijn. Een deel wat we niet kunnen hanteren, maar waar we ook niet zonder kunnen.Ons oerbegin, leven pur sang/

 

We lazen net de eerste woorden uit het boek genesis. Genesis, wat ‘worden’ betekent, ontstaan, geboorte, beginnen. En het eerste woord van dat eerste boek luidt: b.rashit, wat wil zeggen: in beginsel. Niet in het begin, geen bepaald moment in de historie, maar in beginsel. In beginsel is de aarde woest en ledig. In beginsel is het leven niet gestructureerd, niet hanteerbaar. Maar God spreekt zijn woord en brengt met zijn spreken scheidingen, grenzen, dijken aan. De duisternis wordt begrensd door het licht en het licht wordt begrensd door de duisternis (de 1e dag). Aarde wordt begrensd door de hemel eEn de hemel wordt begrensd door de aarde. (de 2e dag). De zeeën worden begrensd door land en het land wordt begrensd door de zeeën. De ruimte wordt hanteerbaar (de 3e dag). De nacht wordt begrensd door de dag en de dag wordt begrensd door de nacht. De tijd wordt hanteerbaar. (de 4e dag). De zeeën en de luchten worden gevuld met leven, bezield leven (de 5e dag). En tenslotte wordt de aarde, die al vruchtbaar was, gevuld met bezield leven. (de 6e dag). De aarde die woest is en ledig, is omgevormd tot aarde die orde kent, regelmaat en harmonie

Het is alsof God op de dijk staat, de zee de rug toekeert en het land overziet, en uitspreekt: Het is goed, zeer goed. En hij vormt de man naar zijn eigen beeld. En zij vormt de vrouw naar haar eigen beeld. De mens waarin hemel en aarde elkaar raken. Bezield verband van god en mens.

En alsof God er maar niet over uitgesproken raakt, vertelt hij nog een verhaal. Het verhaal waarin God de mens met eigen handen boetseert uit aarde én hem zelf de adem in de neus blaast. Boetserend, ademend, God en mens, met elkaar verweven. Zo innig met elkaar verbonden. Zo één, maar toch gescheiden. Zoals adem in en uit. Zonder adem geen leven. Zonder god geen bestaan

Johannes heeft dit geprobeerd te verwoorden: Het woord is bij God, het woord is God. Het woord dat leven is, het woord dat mensen geworden is. De mens is bij God, de mens is God. Mens en God met elkaar verweven, staande in de orde, de regelmaat, de harmonie  van de wereld, die gevormd is uit aarde die woest is en ledig.

De verhalen die we lezen, Zijn verhalen over ons mensen. We staan bij wijze van spreken op de dijk en overzien de wereld. Aan de ene kant van de dijk en aan de andere kant van de dijk. We overzien het leven en vertellen elkaar verhalen om het leven te begrijpen, te hanteren.

Ooit zaten Hebreeërs in Babylonie, in ballingschap, verjaagd uit hun eigen land, verjaagd van alles wat hun lief was. De orde, de regelmaat, de harmonie van hun bestaan. Ze zitten in de chaos, de wanorde van de ballingschap, de vluchtelingenkampen.

Om grip te krijgen op het bestaan vertellen zij verhalen om te bevestigen dat hun leven niet voor niets is. Om de hoop levend te houden, de hoop en het vertrouwen dat een mens niet een toevalligheid is, niet een zinloos samenraapsel van cellen, niet een grenzeloze chaos. Maar bezield verband. Dat de mens zelf door God is aangeraakt. Dat God eigenhandig de mens Heeft geboetseerd in de schoot van de aarde.

Verhalen zijn van levensbelang, zonder woorden is het leven niet te begrijpen, te hanteren. Maar het zijn wel verhalen over het leven, het is niet het leven zelf.

Het scheppingsverhaal is eeuwenlang verward met waarheid door een simpele vertaalfout. B.rashit, niet in het begin, geen geschiedenis, maar in beginsel. In oorsprong. Openbaring, erkenning van Gods verbond met mensen. Schepping is niet iets wat eens plaatsvond,  schepping, scheppen, is een voortdurend wordingsproces.

Het leven speelt zich af tussen de dijken

De verhalen die we elkaar vertellen brengen scheiding aan, orde. We werpen voortdurend dijken op om de chaos buiten de deur te houden. Maar de chaos is alom tegenwoordig. En soms wordt de dijk doorbroken door gebeurtenissen die we niet hadden verwacht. Wanneer ziekte ons leven binnenkomt, wanneer iemand die ons lief is uit ons leven wegvalt, dan stort onze wereld in, en moeten we op zoek naar nieuwe wegen om het leven weer te kunnen hanteren. Dan moeten we nieuwe verhalen vertellen, nieuwe dijken opwerpen om leefbare grond te vinden Om weer op te kunnen staan.

Zonder woorden is leven niet te begrijpen niet te hanteren. En hoe waar dat is  blijkt uit het volgende:

Laatst zei iemand: ‘Mijn vrouw is opgenomen in het verpleeghuis, Alzheimer. En het ergste is: Ze heeft geen woorden meer, ze heeft geen verhalen meer. Enkel ja en nee. Haar lichaam is er nog wel, maar eigenlijk heeft ze geen leven meer. Ze is er nog wel, maar eigenlijk is ze dood.

Scheppen is ordenen, Een voortdurend proces om het leven dat in beginsel en uiteindelijk niet te vatten is, te hanteren.

We leven tussen de dijken, maar onze hele bestaan is geworteld in die aarde die in beginsel, in oorsprong woest is en ledig. De grond waarop we hier staan. Was in oorsprong gelijk aan het land achter diek, is in oorsprong gelijk aan het land achter diek. En zal altijd gelijk zijn aan het land achter diek. Dat land achter diek raakt ergens iets in ons. We staan daar niet voor niets zo graag even uit te kijken, het herinnert ons aan onze diepste zelf die diep verscholen ligt onder al onze verhalen, onze beelden. Want in oorsprong zijn wij leven pur sang, puur, echt, onbegrijpelijk, onbevattelijk. En god geest zweeft over de wateren. Wij konden ons leven pas bevatten door de verhalen die mensen ooit hadden verteld en die we nog steeds vertellen aan elkaar. Maar het blijven verhalen, beelden. Die je niet moet verwarren met waarheid. Want wanneer beelden, verhalen als waarheid worden verkondigd, is het hek van de dam, en verword vruchtbare grond in aarde die woest en ledig is. Omdat mensen elkaar in staat zijn te doden uit naam van die verhalen en beelden. Tot op de dag van vandaag

amen