Overpeinzingen

Wat het leven waarde geeft kun je bereiken – en verliezen. Maar nooit bezitten. (Dag Hammarskjöld)
Ik neem u even mee naar het strand. We zijn het laatste duin overgeklommen en staan nu met onze blote voeten in het warme mulle zand.
Wind door de haren, zon in het gezicht.
We wandelen naar de branding, daar waar water en aarde elkaar ontmoeten.
We lopen naast elkaar, zwijgend. We kijken naar de stenen die overal liggen. Elke steen uniek. Elke steen met een eigen verhaal, een eigen historie en toekomst. Net mensen.
De golven komen en gaan, gemoedelijk, rustgevend.
De zee is eindeloos, mysterieus, vol geheimen, wijsheid.
We lopen over het strand, altijd op onze eigen vierkante meter.

Twee kinderen spelen in het zand. Ze gaan helemaal op in hun spel.
We blijven even staan. Hun verhalen getuigen van wonderen om hen heen.
De wonderen die wij, volwassenen, vaak uit het oog verloren zijn.
De kinderen zitten hier, op de grens van strand en zee, en bouwen de mooiste zandkastelen.
Straks zal de vloed hun kastelen doen verdwijnen.
Maar de kinderen denken niet aan straks of later. Bouwen morgen gewoon weer nieuwe.
Wat het leven waarde geeft kun je bereiken – en verliezen. Maar nooit bezitten.

De lucht betrekt, de wind trekt aan je shirt. Op de golven verschijnen schuimkoppen. Het wordt kolder om mie tou. (Ede Staal) Hier hadden we niet op gerekend. Nooit verwacht. De lucht wordt dreigend, een eerste flits in de verte, en dan een klap donder. Plotseling is het overal om ons heen. Donder en bliksem, de golven huizenhoog. De diagnose. Dat telefoontje. Opeens is alles anders.  Waar kunnen we schuilen. Waar kan ik me geborgen weten. Nu mijn lichaam me in de steek laat? Nu zij, nu hij, er niet meer is? 
Wat het leven waarde geeft kun je bereiken – en verliezen. Maar nooit bezitten.

De dag gaat over in de nacht. Het onweer is voorbij, de golven zijn tot bedaren gekomen. De grote klappen liggen in het verleden. We vinden een plek om de donkere uren door te brengen. Maar het duurt lang, en de stilte is misschien nog wel moeilijker te verdragen dan de storm en het geweld, de klappen. Tegen de stilte kun je niet vechten. De stilte biedt namelijk geen weerstand, overweldigt enkel. En de nacht is lang.

Er komt een moment, dat  is zeker, Er komt een wonderbaar moment, dat de zon weer haar gezicht laat zien. Het ritme van de dag bewijst dat er altijd een nieuw begin mogelijk is.

We lopen langs het strand en zien de kinderen weer spelen.
Ze vragen of we met hen mee willen doen. We knielen neer, voelen het warme zand door onze vingers gaan. De spelende handen, de wind door de haren, de zon in het gezicht. We vergeten de tijd en spelen het spel. Het is vol wonderen om ons heen. Soms, even.
Wat het leven waarde geeft kun je bereiken – en verliezen. Maar nooit bezitten.

Het leven is als het wandelen over het strand, soms gemoedelijk en rustig, soms overrompelend woest en onzeker.
Als pastoraal werker kom ik de wereld van velen binnen en loop een eindje mee. Luisterend, in stilte, een weerwoord gevend, graag met een lach. Spelend met beelden en verhalen, misschien, wie weet, worden we soms, even, iets gewaar van de wonderen om ons. Dat koninkrijk van God, dat niet te hoog is, niet te diep, maar rakelings nabij.
Wat het leven waarde geeft kun je bereiken – en verliezen. Maar nooit bezitten.