Overpeinzingen

In december 1945 werd in het zuiden van Egypte, bij het stadje Nag Hammadi, een kruik  met Koptische handschriften gevonden die onze kennis van het vroege christendom bijzonder hebben verrijkt. Het grootste deel van de geschriften die in de kruik waren verborgen kan gnostisch genoemd worden, omdat het daarin gaat om bijzondere kennis (gnosis) die de mens kan verwerven. Eén van de ruim 50 geschriften die toen is teruggevonden is het boekje dat als titel heeft:
'Het Evangelie volgens Thomas'. ( Riemer Roukema 2005)

Helemaal aan het eind van dit evangelie volgens Thomas staat:
'Zijn leerlingen zeiden hem:
Wanneer komt het koninkrijk?
Jezus zei:
Het komt niet door ernaar uit te kijken
Men zal niet zeggen: kijk, hier is het, of kijk: daar is het
Maar het koninkrijk van de vader is over de aarde verspreid
en de mensen zien het niet.'

Nu kijken we nog in een wazige spiegel
maar straks staan we oog in oog. (1 korintiers 13)

Vaak wordt deze laatste tekst verbonden met het moment van sterven.
En dat zou heel goed kunnen, wie zal het zeggen?

Maar het is op z'n minst opmerkelijk dat Jezus volgens Marcus aangeeft:
Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt. (Marcus 9)

Het koninkrijk van God, de hemel, wordt vaak verbonden met een leven na dit leven
maar ergens is er altijd een vermoeden dat dat koninkrijk heel nabij is.

Ook, of juist, hier en nu.

Jezus neemt eens drie van zijn leerlingen mee een hoge berg op. (Marcus 9)
Het is alsof zij even boven een sluier uitstijgen
en dat hun ogen op een andere manier worden geopend.
Voor hun ogen verandert Jezus van gedaante.
Zij zien nog twee gestalten,
en intuïtief weten zij: Elia en Mozes

Alle stukjes van de puzzel passen in elkaar
plotseling een moment van gewaarzijn, volstrekt helder.

Maar zodra Petrus het probeert te vatten, te begrijpen, is het weg,
als een zeepbel, volmaakt en wonderlijk mooi, die knapt zodra je hem vast wil pakken.

Het is een grenservaring.
Een moment van gelukzaligheid
die onwaarschijnlijk vluchtig
en tegelijk onmiskenbaar is.

De wereld kent minstens twee dimensies
De kenbare en de onkenbare
en beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Wanneer ik door het raam naar buiten kijk
zie ik de rietzangers in het riet,
zie de boerenzwaluwen heen en weer scheren
de moedereend met 12 jonkies door het weiland sjouwen
de witte kwikstaart en de dansende kieviten
een overvliegende aalscholver, de spreeuwen, de meeuwen 
het pas gemaaide gras, de koeien en de bomen.

Ik zie het, ik kan het benoemen, het is een feitelijke wereld
Maar tegelijk zie ik het met andere ogen en voel verwondering
De feitelijke wereld herbergt een wereld die we haarfijn aanvoelen
maar die we niet kunnen vatten:
Leven:
Niemand weet wat leven is
enkel dat het gegeven is, (Huub Oosterhuis)
Het leven is zichtbaar, en tegelijk onzichtbaar
het wonder dat wij leven noemen is veel te groot voor ons beperkt verstand

Dat wonder van leven, die ongrijpbare dimensie, het koninkrijk van God (?)
worden we soms heel even gewaar.
In momenten van grenservaringen
wanneer je kind geboren wordt,
wanneer iemand waarvan je houdt voor je ogen sterft
wanneer je plotseling stilstaat
door een ramp of door een gevoel van immens geluk

Ergens hebben we allen weet van het onzichtbare in het zichtbare
dat ongrijpbare temidden van het grijpbare.
We blijven er over stamelen, maar zullen het nooit kunnen vatten

Nu nog in een wazige spiegel
maar eens, soms, heel even oog in oog.

Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen.