Overpeinzingen

Weerloze waarde

‘Alles van waarde is weerloos’. Het zijn deze dichtwoorden van Lucebert die vaak bij me opkomen wanneer er in de media weer eens wordt vermeld dat een kerkgebouw wordt gesloopt of verkocht. De geloofsgemeenschap is niet langer in staat om de godslamp brandende te houden en ziet zich genoodzaakt om het gebouw te verlaten.

De koster kijkt toe als de sloophamer de stenen raakt of de sleutel wordt overgedragen.Voor de camera zegt hij iets over de stilte, over begrafenissen en de klanken van het orgel, maar de journalist is allang niet meer geïnteresseerd. De journalist ziet de projectontwikkelaar staan. Eindelijk iemand met zakelijk inzicht die het stoffige gebouw zal omtoveren tot een rendabele voorziening.

Waarom, vraag ik me dan af, is het toch zo moeilijk om iets duidelijk te maken van de intrinsieke waarde van een geloofsgemeenschap die op zondagmorgen samenkomt in een kerkgebouw? Vanwaar die verlegenheid van de koster om iets te zeggen over wat hem zo dierbaar is? Vanwaar die desinteresse van de journalist? Is het misschien vanwege de verschillende talen die ze spreken? De taal van de buitenwereld en de taal van de binnenwereld? Is het misschien omdat de taal van de binnenwereld niet wordt verstaan in de buitenwereld, en andersom?

Het doet denken aan wat een geestelijke verzorger eens vertelde. In een tijd van marktdenken is het een hele klus om het management van een ziekenhuis ervan te overtuigen wat het belang is van geestelijke verzorging. Geestelijke verzorging, de zorg voor de ziel van de patiënt, is niet in opbrengsten uit te drukken. Wat is de waarde van een luisterend oor, wat van een troostend woord, wat van een gedicht dat de patiënt de nacht helpt te doorstaan? Die waarde werd een van de managers pas duidelijk op het moment dat hij zelf patiënt werd en de geestelijk verzorger aan zijn ziekbed vond. Pas toen ondervond hij aan den lijve wat een luisterend oor, een troostend woord een bemoedigend gedicht voor een mens betekent.

De manager bleek dit later, in wederom gezonde doen, ook niet uit te kunnen drukken in cijfers en getallen. De taal van de binnenwereld is niet de taal van de buitenwereld. Wat hij zich ook realiseerde was dat de taal van de binnenwereld blijkbaar een binnenwereld nodig heeft om te worden verstaan. Een binnenwereld aan een ziekenhuisbed waar aandachtig wordt geluisterd, waar woorden kunnen troosten, waar poëzie de pijn verzacht.  Een bijna heilige ruimte. 

Kerken zijn ook van die plekken waar de taal van de binnenwereld wordt gesproken. Misschien maakt dat wel dat wat de koster probeert uit te drukken voor de camera niet wordt verstaan door de journalist. Simpelweg omdat zij op dat moment beide een andere taal spreken en elkaar niet verstaan, De taal van de binnenwereld is niet die van de buitenwereld.

Nu steeds vaker geloofsgemeenschappen de deuren moeten sluiten en er vanuit de overheid actief wordt nagedacht over kerkenvisies, is het goed om elkaars taal te leren verstaan. Een kerkgebouw kan op heel verschillende manieren worden gebruikt, maar koester ook de betekenis en de ruimte die het kerkgebouw eeuwenlang heeft bewaard. Een ruimte om op adem te komen, een ruimte waar een andere taal wordt gesproken, waar je wordt gezien. Als die ruimten verdwijnen zullen onze kinderen steeds minder goed begrijpen wat Lucebert bedoelde met de woorden: ‘alles van waarde is weerloos’.